Feiten en fabels over reanimatie en AED gebruik

Met grote regelmaat is er in het nieuws weer iets te lezen over nieuwe onderzoeksgegevens met betrekking tot reanimatie en Automatische Externe Defibrillators (AED’s).

Het gebeurt regelmatig dat een onderzoek bepaalde zaken tegenspreekt die je de week ervoor nog in een ander onderzoek hebt gelezen. In veel gevallen kunnen beide onderzoeken gewoon kloppen, alleen ontstaan er misverstanden omdat in de nieuwsartikelen niet vermeld wordt waar het onderzoek gehouden is. De uitkomst van een onderzoek naar bijvoorbeeld de gemiddelde afstand tot een AED zal waarschijnlijk erg verschillen tussen twee landen als Nederland en Spanje, maar ook regionaal zal er een verschil zijn tussen bijvoorbeeld de provincie Groningen en Zuid-Holland.

Op deze manier zijn er door de jaren heen diverse fabels en misvattingen ontstaan over reanimatie en AED’s, een aantal hiervan vindt u hieronder.

1. Met beademing en hartmassage kan je iemand weer tot leven wekken

Zonder Automatische Externe Defibrillator (AED) kan je dit wel vergeten. Alleen met beademing en hartmassages (reanimeren) komt iemand niet meer bij, maar natuurlijk heeft het wel degelijk zijn nut. Met beademing en hartmassages zorg je er namelijk voor dat je de pompfunctie van het hart aan de gang houdt. Hiermee pomp je het bloed, wat zuurstof bevat, naar de rest van het lichaam.

2. Iedereen met een hartstilstand valt te reanimeren

Dit hangt er vanaf of de hartstilstand het gevolg is van een (te verhelpen) aandoening of dat het een symptoom is van sterven. Dit laatste is vaak het geval bij ouderen of mensen die erg ziek zijn. Bij deze groep kan het hart gewoonweg stoppen omdat het lichaam te ziek is om verder te kunnen. Als iemand, hoe gezond deze persoon ook is, zomaar op het werk, in een winkel of tijdens het sporten in elkaar zakt dan is de hartstilstand eigenlijk altijd het gevolg van een ‘aandoening’. In dat geval is iemand gezond genoeg om gereanimeerd te worden.

3. Iemand die een reanimatie overleeft is er vaak slecht aan toe of eindigt als kasplantje

Van de mensen die een reanimatie heeft overleefd is 72% na een jaar weer aan het werk. Bij 70-plussers ligt dit natuurlijk anders. Bij deze groep is er vooral de angst om niet te eindigen als een ‘kasplantje’. Ook dit lijkt (in Nederland) niet het geval te zijn. Van de 70-plussers die succesvol gereanimeerd zijn, na een plotselinge hartstilstand buiten het ziekenhuis, komt er ruim 90% goed uit de reanimatie. Slechts 7% houdt er schade aan over, maar zelfs dan betekent dit niet dat je als kasplant eindigt.

4. Bij een hartstilstand valt iemand ineens dood op de grond

Een hartstilstand kan er erg vreemd uitzien. Iemand met een hartstilstand kan helemaal verkrampen, een snurkend geluid maken of als een vis op het droge naar adem happen. Dit zijn puur nog reflexen van het lichaam, want iemand ademt op dat moment niet meer. Of iemand dood is, is een kwestie van definitie. Vaak is er sprake van ventrikel- of kamerfibrilleren. Dan maakt het hart nog snelle chaotische bewegingen. Naarmate de tijd verstrijkt en er geen defibrillatie plaatsvindt, doven die bewegingen langzaam uit.

Bron: aliettejonkers.nl

© 2019 Defibrion Services BV, Alle rechten voorbehouden.