Top 5 misverstanden over reanimatie

Er doen veel misverstanden over reanimatie de ronde. Zo blijkt uit onderzoek dat veel mensen bang zijn om na een reanimatie als een kasplantje te eindigen. In de praktijk blijkt dit echter zelden voor te komen. In dit artikel geven we daarom een overzicht van de vijf meest gehoorde misverstanden en leggen we uit hoe het wél zit.

Top 5 misverstanden over reanimatie

 

1. Na een reanimatie eindig je als een kasplantje

Eén van de meest voorkomende misverstanden over reanimatie: Veel mensen zijn bang dat, als ze ooit gereanimeerd worden na een hartstilstand, de kans groot is dat ze blijvend hersenletsel oplopen. Onderzoek wijst uit dat dit zelden het geval is; maar liefst 90% van de slachtoffers die succesvol zijn gereanimeerd, geeft aan dat het na een jaar weer goed met ze gaat.
Bron: www.hartstichting.nl

 

2. Door het uitvoeren van borstcompressies kan iemands hart weer gaan kloppen

Het uitvoeren van borstcompressies (en beademing) alleen is niet voldoende om iemands hart weer te laten kloppen. Door het uitvoeren van borstcompressies wordt er bloed door het lichaam gepompt waardoor er zuurstof naar de verschillende organen wordt vervoerd. Men neemt als het ware de functie van het hart tijdelijk over. Echter, de enige manier om een hart weer normaal te laten kloppen is door het toedienen van een elektrische schok (met behulp van een AED). Hoe sneller een AED wordt ingezet, hoe groter de overlevingskans van het slachtoffer.

 

3. Een hartstilstand herken je makkelijk

In films zien we slachtoffers van een hartstilstand vaak naar hun hart grijpen en op de grond vallen. In de praktijk gaat het er vaak anders aan toe; een hartstilstand kan bijvoorbeeld lijken op een epileptische aanval, met ledematen die verkrampen en samentrekken. Ook komt het voor dat mensen in slaap lijken te zijn gevallen en/of snurkende geluiden maken. Slachtoffers van een hartstilstand doen ook vaak denken aan een vis op het droge die naar adem hapt. Het is belangrijk dat mensen met een hartstilstand zo snel mogelijk worden gereanimeerd. Zakt iemand in elkaar en vertoont hij/zij geen of geen normale ademhaling? Start dan direct met reanimeren. Bekijk hier een volledig overzicht van de richtlijnen.

 

4. Als je een reanimatie verkeerd uitvoert kan je aansprakelijk worden gesteld

In Nederland is in 2002 de wet BIG aangepast. Hierdoor mogen AED’s niet alleen door professionele hulpverleners gebruikt worden, maar ook door leken. Daarnaast staat in de wet vermeld dat een hulpverlener niet aansprakelijk kan worden gesteld als een slachtoffer schade ondervindt of overlijdt (tenzij er sprake is van ernstige roekeloosheid). Ook staat in het wetboek vermeld dat burgers, mits ze daarbij geen gevaar voor zichzelf of voor anderen vormen, verplicht zijn om iemand te helpen die in levensgevaar verkeert.

 

5. Je kan iemand schade toebrengen door een AED verkeerd te gebruiken

Een AED voert altijd zelf een hartanalyse uit en meet of er een schokbaar hartritme is; dit wordt dus niet bepaald door de hulpverlener. Pas als de AED een schokbaar hartritme meet kan er een elektrische schok worden toegediend. De schok kan alleen worden afgegeven aan het slachtoffer waar de elektroden op bevestigd zijn. Zodra deze verwijderd worden ontlaadt de AED zichzelf en kan er geen schok meer worden afgegeven. Het is dus niet mogelijk om een schok toe te dienen als dit niet nodig is of om schade aan iemand toe te brengen met een AED.

 

Heeft u na het lezen van deze informatie nog vragen over reanimeren? Of wilt u een reanimatiecursus volgen en wilt u weten wat in uw situatie de beste keuze is? De medewerkers van Defibrion helpen u graag verder. U kunt ons bereiken via 050 311 60 85 of via ons contactformulier.

Wilt u meer informatie?

Vul het formulier in en we nemen zo snel mogelijk contact met u op.

Gratis informatiepakket
Wilt u iemand van ons spreken?

Laat uw telefoonnummer achter en we bellen u zo snel mogelijk terug.

Bel mij terug

Of bel of mail ons direct op:

+31 (0)50 311 60 85