Klantenservice

Bedrijfshulpverlening & EHBO

Ieder bedrijf met werknemers is verplicht om er voor te zorgen dat er altijd minimaal één BHV-er aanwezig is. Het aantal bedrijfshulpverleners dat in een organisatie minimaal aanwezig moet zijn is niet wettelijk vastgelegd. Wel zijn hier richtlijnen voor opgesteld. Zo geldt het advies ‘1 BHV-er-op-50 werknemers’ en binnen 3 minuten moet hulp ter plaatse zijn. Uiteraard is iedere organisatie anders. Daarom moet aan de hand van een RI&E gekeken worden naar welke specifieke risico’s binnen de organisatie aanwezig zijn. Aan de hand van de risico’s kan worden vastgesteld hoeveel BHV-ers wenselijk zijn.

De standaard onderwerpen zijn EHBO, bestrijden van een brand, communicatie en ontruiming. Deze vloeien voort uit de richtlijnen, opgesteld door het NIBHV (Nationaal Instituut voor Bedrijfshulpverlening). Deze kunnen uiteraard worden uitgebreid met aanvullende taken zoals omgaan met agressie en geweld, handelen bij uitval van elektra, omgaan met gevaarlijke stoffen et cetera.

Ja, echter het is wel degelijk belangrijk dat deze tijdig gekeurd en vervangen worden. Er bestaat namelijk een risico dat de producten niet naar behoren werken. Daarnaast, als blijkt dat bij een brand een blusser is gebruikt die niet tijdig is gekeurd, kan de verzekeraar besluiten om niet uit te keren. Maar als dit de enige veiligheidsmiddelen zijn die tijdens een noodsituatie voorhanden zijn mogen ze wel gebruikt worden.

Naast het plaatsen van de juiste middelen is het onderhoud dus ook belangrijk. Door gebruik te maken van Deficare wordt dit onderhoud, inclusief plaatsing en training van de middelen verzorgd.

Ja. Reanimatie vormt een onderdeel van de BHV-cursus en kan de BHV-cursus daarom niet vervangen. In de praktijk zijn er op het werk meer noodsituaties dan alleen een hartstilstand. Hiernaast vervagen kennis en vaardigheden snel. Daarom is jaarlijkse herhaling noodzakelijk.

In de wet BIG is geregeld dat ook mensen die geen cursus hebben gevolgd de veiligheidsmiddelen mogen gebruiken bij een noodsituatie. Je kunt dan ook niet aansprakelijk worden gesteld als het vervolgens alsnog verkeerd afloopt (tenzij je op grove wijze nalatig bent geweest). Het wordt wel aangeraden om te allen tijde voldoende BHV-gecertificeerden in de organisatie te hebben.

De Arbowet schrijft niet precies voor welke opleiding BHV-ers moeten volgen. De werkgever is wel verplicht om er voor te zorgen dat BHV-ers hun wettelijke taken kunnen uitvoeren. Het NIBHV heeft hier richtlijnen voor opgesteld. De basiscursus duurt standaard twee dagen, de herhalingscursus duurt standaard 1 dag. Het is ook mogelijk om een versnelde cursus te volgen, echter deze voldoet dan niet aan de richtlijn (maar dus wel aan de wet, want hier staat alleen in dat er ieder jaar een BHV-cursus moet worden gevolgd). Deze duurt 1 dag voor de basiscursus en een halve dag voor de herhalingscursus. BHV-ers dienen in het eerste jaar een basiscursus te volgen, daarna dient ieder jaar een herhalingscursus gevolgd te worden.

Het is ook raadzaam om een BHV opleiding te volgen gericht op de risico’s binnen een bedrijf. De eisen aan een BHV’er zijn namelijk afhankelijk van de risico's in het bedrijf. Het is duidelijk dat een kantooromgeving andere risico’s kent dan een houtzagerij, daar zal de juiste BHV opleiding op gekozen moeten worden.

Ja, in de Arbowet staat dat de werkgever moet zorgdragen voor een veilige werkomgeving en de bedrijfshulpverleners moet uitrusten met de benodigde middelen die de gevolgen van ongevallen zoveel mogelijk beperken. Hier valt ook een verbanddoos onder.

In de Arbowet staat niet exact aangegeven hoe de inhoud van de verbanddozen eruit moet zien. Echter, het Oranje Kruis heeft richtlijnen opgesteld voor de inhoud. Het is ten zeerste aan te raden om voor een verbanddoos te kiezen die voldoet aan de richtlijnen van het Oranje Kruis. Daarnaast moet er gekeken worden naar het type en de grootte van het bedrijf. Zo zijn er Sport verbanddozen en HACCP verbanddozen beschikbaar.

Het is niet wettelijk in de Arbowet vastgesteld hoeveel verbanddozen er aanwezig moeten zijn. Echter, staat wel vermeld dat er bij een ongeval binnen 3 minuten hulp moet kunnen worden geboden. In de praktijk komt dit er op neer dat een verbanddoos binnen 30 seconden te bereiken moet zijn. Hoeveel verbanddozen er uiteindelijk geplaatst moeten worden is afhankelijk van de omvang, bezetting en het aantal verdiepingen van een organisatie. Dit exacte aantal wordt dan ook in een RI&E bepaald.

Een verbanddoos moet compleet zijn om eerste hulp te kunnen bieden. In de praktijk wordt een verbanddoos vaak één keer per jaar gecontroleerd, schoongemaakt en bijgevuld. Ook moeten dan de artikelen waarvan de houdbaarheidsdatum is verstreken worden vervangen.

De ARBO heeft dit duidelijk omschreven. Alle werkruimten moeten in geval van nood snel kunnen worden verlaten door meerdere (nood)uitgangen. Hiertoe moeten deze ruimten zijn voorzien van minimaal twee zover mogelijk uit elkaar gelegen uitgangen. De afstand die in een ruimte moet worden afgelegd om een uitgang te bereiken, mag niet meer bedragen dan 30 meter. De uitgangen dienen te leiden naar twee verschillende wegen, waarlangs men de begane grond buiten het gebouw kan bereiken. Let er op dat alle nooduitgangen toegankelijk zijn zonder dat er iets verschoven hoeft te worden of dat er een sleutel gehaald hoeft te worden. Daarnaast is het verplicht dat er een plattegrond aanwezig waarop is aangegeven waar men zich bevindt en welke vluchtroutes gebruikt kunnen worden.

Ja, in het Arbobesluit staat dat als vluchtwegen en nooduitgangen bij het uitvallen van verlichting slecht zichtbaar zijn dat noodverlichting dan verplicht is. Vluchtwegen moeten te allen tijde zijn verlicht. Daarnaast moeten vluchtwegen die niet dienen als normale uitgang aan de binnenkant zijn aangeduid door de bekende groene bordjes met pijlen/pictogrammen.

Noodverlichting is in te delen in de volgende categorieën:

  • Vluchtrouteverlichting, deze bestaat uit twee onderdelen
  1. Vluchtwegverlichting is het deel van de noodverlichting dat de vluchtwegen verlicht. Deze armaturen branden enkel in het geval van een stroomstoring.
  2. Vluchtwegaanduiding. Dit zijn de noodverlichtingsarmaturen die vluchtwegen en uitgangen voor het verlaten van een gebouw aanduiden. Deze armaturen zijn voorzien van een pictogram en dienen permanent te branden.
  • Anti-paniekverlichting: Anti-paniekverlichting voorkomt paniek en maakt obstakels in de ruimte zichtbaar en stelt de personen in staat een plaats te bereiken waarvandaan de vluchtroute vervolgd kan worden.
  • Verlichting van werkplekken met een verhoogd risico: Dit omvat het deel van de noodverlichting dat verlichting levert voor de veiligheid van personen, betrokken in een mogelijk gevaarlijk proces of een mogelijk gevaarlijke situatie. Daarnaast wordt het gebruikt voor werkplekken waar een mogelijk gevaarlijk proces moet worden afgesloten zoals werkplekken waarbij sprake is van draaiende delen, zuurbaden, hete of zeer brandbare materialen. Denk aan bijvoorbeeld zaagmachines, keukens en laboratoria.

Het Gebruiksbesluit bepaalt dat een noodverlichtingsinstallatie minstens één keer per jaar op adequate wijze moet worden gecontroleerd en onderhouden. De eigenaar en/of gebruiker van de installatie zal een erkend deskundige moeten aanwijzen om de installatie te controleren, te onderhouden en alle daartoe noodzakelijke werkzaamheden uit te laten voeren.

Evacuatiemiddelen, zoals een evacuatiestoel of een evacuatiematras zijn niet expliciet genoemd in de Arbowet. Wel staat hierin aangegeven dat de werkgever de verplichting heeft om te voorzien in een veilige evacuatie voor iedereen. Ook is omschreven dat het bedrijf rekening moet houden met bijzondere risico's die gekoppeld zijn aan kwetsbare medewerkers. Dit zijn bijvoorbeeld rolstoel gebruikers, zwangere vrouwen, gebruikers van medicijnen, gehandicapten of ouderen. Aangezien tijdens bijvoorbeeld een brand de lift niet gebruikt mag worden, kan het voor deze mensen lastig zijn om veilig te evacueren. Maar denk ook aan stroomstoring of storing met de lift. Een evacuatiestoel of een evacuatiematras is dan een goede oplossing.

Wilt u meer informatie?

Vul het formulier in en we nemen zo snel mogelijk contact met u op.

Gratis informatiepakket
Wilt u iemand van ons spreken?

Laat uw telefoonnummer achter en we bellen u zo snel mogelijk terug.

Bel mij terug

Of bel of mail ons direct op:

+31 (0)50 311 60 85

[gravityform id="5" title="false" description="false" ajax="true"]
  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.